
Dit boek gaat al bijna 40 jaar mee. De eerste druk verscheen in 1986. Er staat geen woord in en toch is dit met recht een klassieker te noemen. Hoog tijd om dit boek weer eens in het zonnetje te zetten.
Monkie, het knuffelaapje dat je onmiddellijk in je hart sluit. Het aapje dat het niet gemakkelijk heeft in zijn leven. Het aapje dat in alles tachtiger jaren ademt.
Monkie: het begint allemaal zo fijn…
Het concept van dit prentenboek is gelijk aan dat van Taart voor Iedereen: de illustraties vertellen het verhaal, woorden zijn hier niet bij nodig. Dieter Schubert heeft hier prachtig werk verricht.
De illustraties brengen je onmiddellijk naar de jaren tachtig. De kleding die de personen in het boek dragen, de fiets en het typische stoeltje achterop… en toch is dit een tijdloos verhaal.
We volgen de avonturen van Monkie, een knuffelaapje waar overduidelijk veel van gehouden wordt. Kijk maar eens naar de coverillustratie. Zodra we het boek openen zien we dat Monkie een eigen bedje heeft, in een doos onder een stoel. Daar ligt hij heerlijk onder zijn dekentje, tot hij gewekt wordt. Hij mag mee met zijn grote kleine baas. Achterop de fiets bij moeder, richting de ganzen en eenden om daar wat oud brood uit te delen.
Een van de ganzen probeert enthousiast in de staart van Monkie te happen, maar zijn kleine baas houdt hem zo hoog hij kan. Net buiten het bereik van de gans. Uit alles blijkt dat Monkie geliefd is.
Monkie: het noodlot slaat toe…
En dan slaat het noodlot toe. Donkere wolken pakken zich samen en tijdens een zware regenbui valt Monkie van de fiets, zonder dat iemand het doorheeft. Wanneer zijn vermissing duidelijk wordt, gaan moeder en zoon er direct weer op uit om Monkie terug te vinden, maar ze zien hem nergens liggen. Verdrietig keren ze weer om.
Zonde, want wij als lezers zien dat Monkie vlakbij is! Hij is gevonden door een groep muizen die ook dol op hem zijn. Met veel moeite slepen ze hem hun holletje in en daarbij breekt helaas de staart van Monkie af. Hun manier van spelen met Monkie lijkt meer op martelen, maar gelukkig is daar de egel. In hun angst als prooi gezien te worden, duwen de muizen Monkie in de richting van de egel.
De egel ziet in Monkie een leuk speelkameraadje voor haar kinderen. Al snel zien we hoe Monkie onder de stekels komt te zitten. Wordt hij nu gered door de ekster die hem in zijn nest wil stoppen? Nee, hij blijft haken achter de takken, mist nu niet alleen zijn staart maar ook zijn oog en valt tot overmaat van ramp in het water. Alsof dat allemaal niet erg genoeg is, wordt hij gevangen door een visser die hem letterlijk aan de haak slaat.
Monkie: eind goed al goed
En dan, oh wat een opluchting, blijkt die visser niet zomaar een man te zijn, maar een heuze poppendokter. Met veel zorg maakt hij Monkie schoon en voorziet hij hem weer van de missende ledematen. Hij krijgt een mooi plekje bij het raam en daar wordt hij vervolgens gezien door een jongetje op een slee. Het jongetje herkent Monkie meteen: dit is zijn aap! De aap die per ongeluk van de fiets af was gevallen toen het zo hard regende. Op het laatste blad zien we het jongetje dolgelukkig knuffelen met een breed glimlachende Monkie.
Monkie: de kracht van dit verhaal
Het is een vrij eenvoudige verhaallijn. Een knuffel raakt kwijt, maakt het een en ander mee en wordt dan weer gevonden. En toch zit er veel meer in dit verhaal dan je op het eerste gezicht denkt. Schubert heeft hier veel meer ingelegd dan slechts een verhaallijn. Want al wordt Monkie tijdens zijn avontuur lang niet zo goed behandeld als thuis, het is duidelijk dat iedereen om hem geeft. Monkies lijden, is geluk voor de ander. Dat alleen al is een gegeven dat je aan het denken zet.
Tijdens Monkies avontuur hebben we geen zicht meer op de peuter die hem verloren heeft. Hoe lang zou zijn verdriet duren? Aan het eind zien we dat hij dolgelukkig is met de hereniging, maar hoe hij het avontuur van Monkie beleefd heeft, weten we niet. We weten ook niet precies hoe lang de vermissing heeft geduurd, maar wie op de details let weet dat dit vrij lang is geweest. Aan het begin van het verhaal zien we kale bomen, mutsen en sjaals… het is duidelijk winter. Aan het eind ligt er een dik pak sneeuw. Nog steeds winter? Nee, het is alwéér winter. Want in de tussentijd zien we bloeiende bloemen, we zien bijen en bomen vol met groen blad. We zien eenden met kuikentjes… Monkie is niet zomaar een paar dagen kwijt geweest, de vermissing heeft minstens een jaar geduurd.
De kracht van dit boek zit hem in de details waar je eindeloos over kunt filosoferen en een tijdloos verhaal waarin ieder kind zich herkent. Het is niet per se een vrolijk boek, ondanks de goede afloop. Het verhaal heeft op de een of andere manier iets beklemmends. Je wilt liever niet weten wat Monkie allemaal aangedaan wordt, al is het goedbedoeld. En dat gevoel blijft iedere keer bij mij hangen na het lezen van dit boek. Het zet me aan het denken. Waarom kijk ik liever weg? Waar doe ik dat nog meer? Dit boek maakt maar weer eens duidelijk hoe belangrijk kinderboeken kunnen zijn, ook voor volwassenen. Juist voor volwassenen.
Dit bericht bevat affiliatelinks. Hiermee onderhoud ik deze website. Mocht je gebruik maken van een van de links: dankjewel.


